re-ai-gov Op de wachtlijst

Kennisbank

Wat AI-geletterdheid voor uw medewerkers betekent

AI-geletterdheid wordt vaak vertaald naar een training: een module, een certificaat, een vakje afgevinkt. Dat is niet onjuist, maar het is ook niet waar het woord om vraagt. Geletterdheid betekent dat iemand begrijpt wat een systeem wel en niet doet, waar de grenzen liggen van een antwoord, en wanneer een uitkomst gecontroleerd moet worden voordat hij ergens anders terechtkomt. Dat is een andere vaardigheid dan het kunnen bedienen van een chatvenster.

Wat het niet is

Een medewerker die weet hoe hij een prompt formuleert, is niet per definitie geletterd in de zin die hier telt. AI-geletterdheid gaat over het herkennen van risico: wanneer bevat een antwoord een fout die niet opvalt, wanneer wordt bedrijfsdata gedeeld met een systeem dat die data elders gebruikt, wanneer is een AI-uitkomst de basis voor een beslissing die eigenlijk toetsing verdient. Wie dat niet aanleert, leert medewerkers een tool bedienen zonder ze te leren wanneer ze hem niet moeten vertrouwen.

De relatie met wat er al gebeurt

Geletterdheid is pas zinvol als hij aansluit op wat er in de praktijk gebeurt. Als medewerkers al een tool gebruiken die niemand heeft goedgekeurd, dan is een generieke training over AI-principes weinig waard zolang niemand weet welke tools dat zijn en waarvoor ze worden ingezet. Geletterdheid zonder zicht op het gebruik is een programma dat langs de praktijk heen loopt.

Daar zit ook de makkelijkste manier om iets te leren: vragen. Niet vragen om verantwoording af te leggen, maar vragen om te begrijpen wat er speelt. Een medewerker die een tool gebruikt om sneller te werken, vertelt dat zelden vrijwillig als de vraag voelt als een controle die tot een afrekening kan leiden. Geletterdheid begint dus niet bij het geven van instructies, maar bij het scheppen van een klimaat waarin melden geen risico is.

Wat een training niet oplost

Een training kan uitleggen wat een taalmodel is, waar bias vandaan komt, en wanneer een output gecontroleerd moet worden. Een training kan niet garanderen dat die kennis wordt toegepast op het moment dat het telt: onder tijdsdruk, in een deadline, bij een taak die al honderd keer goed ging. Ook kan een eenmalige training niet bijblijven bij wat er verandert. Systemen worden aangepast, nieuwe tools komen beschikbaar, gebruik verschuift. Daarom hoort geletterdheid niet bij een moment, maar bij een herhaald ritme — net zoals het opnieuw beoordelen van risicoclassificaties geen eenmalige exercitie is maar een terugkerend proces.

Wie erop toeziet

Geletterdheid bij medewerkers ontslaat een organisatie niet van de vraag wie waarop toeziet. Als een medewerker een AI-uitkomst overneemt in een besluit, en dat besluit blijkt onjuist, dan is de vraag wie verantwoordelijk is als een AI-toepassing een fout maakt niet beantwoord met "de medewerker had het moeten weten". Verantwoordelijkheid ligt op meerdere niveaus: bij wie het systeem inzette, bij wie het toezicht organiseerde, bij wie de kaders stelde. Geletterdheid van individuen is een onderdeel van die keten, niet een vervanging ervan. Wat menselijk toezicht in de praktijk betekent, hangt samen met de vraag of de mens die toezicht houdt ook voldoende begrijpt waarop hij toeziet — zonder dat begrip is toezicht een formaliteit.

Waarom het naast bestaande processen wringt

Veel organisaties proberen AI-geletterdheid te koppelen aan een bestaand compliance- of risicoproces. Dat lijkt logisch, maar in de praktijk wordt een tweede laag naast een bestaand proces vaak niet gebruikt: medewerkers volgen het proces dat ze al kennen en negeren het nieuwe, ook als het beter aansluit op de praktijk. Waarom een tweede proces naast het bestaande wordt genegeerd is een vraag die verder gaat dan training: het gaat over waar geletterdheid wordt vastgelegd, getoetst en gebruikt in het werk zelf.

Wat wij niet kunnen zeggen

Wij kunnen niet zeggen hoeveel training voldoende is, of welk percentage van medewerkers na een programma daadwerkelijk anders handelt. Dat verschilt per organisatie, per functie, per risiconiveau van de taken die iemand uitvoert. Iemand die dagelijks klantcontracten opstelt met AI-ondersteuning heeft een ander geletterdheidsniveau nodig dan iemand die AI incidenteel gebruikt voor een samenvatting. Een enkelvoudig antwoord op "hoeveel training is genoeg" bestaat niet, en wij geven dat antwoord dan ook niet.

De aansluiting bij het werk zelf

Geletterdheid zonder zicht op de risico's van individuele gebruikssituaties blijft abstract. Een medewerker die bedrijfsdata invoert in een gratis chatvenster loopt een ander risico dan een medewerker die een intern, afgeschermd systeem gebruikt, en wat u doet met bedrijfsdata in een gratis chatvenster is een vraag die per situatie een ander antwoord vergt. Geletterdheid is dus niet één programma voor de hele organisatie, maar een aansluiting op waar mensen daadwerkelijk mee werken.

Die aansluiting begint bij weten welke taken al met AI worden ondersteund en in welke mate. De werkscan van FTE TO AI rekent per taak uit welk deel van het werk door AI over te nemen is, en geeft daarmee een concreet beeld van waar geletterdheid het hardst nodig is: niet in algemene zin, maar op de plek waar het werk daadwerkelijk verandert.

Andrewde assistent van de Responsible AI Scan

Vraag maar. Governance begint bij weten wat er draait — ook wat niemand heeft goedgekeurd.

Antwoorden komen uit de kennisbank van deze site. Geen advies op maat, en geen scan van uw bedrijf.